[SNORKELEN]

17 maart

Snorkelen is voor mietjes. Lurken aan een pijpje waar je door moet ademen. Met een beslagen duikbril naar beneden kijken om een glimp op te vangen van visjes. Niets aan.
Dacht ik…

Totdat ik zelf ga snorkelen bij Ko Surin in Thailand, na de Rode Zee in Egypte de tweede ‘hot spot’ voor snorkelliefhebbers. Dit eiland is een netjes onderhouden National Park dus je mag er alleen kamperen. Gewapend met snorkels, gehuurde tentjes en backpacks gaan vriendin T, vriendin R en ik erheen. Opeens bevinden we ons in een omgeving der natuurliefhebbers met groene vingers. Beetje wennen. Men heeft verrekijkers om de nek om vogels te spotten, er wordt druk gebladerd in natuurboeken met plaatjes van vissen en iedereen scheidt afval in drie aparte bakken: ‘plastic’, ‘wet garbage’ en ‘dry garbage’. Maar wow, wat een eiland! Het uitzicht vanuit onze tentjes is een sprookje; azuurblauw water met zicht op de oostkant van het eiland. En we kunnen direct de snorkels opzetten want grenzend aan de tentjes is prachtig koraal met gekleurde visjes. Paradijs!

Tijdens de eerste dag snorkelen, schrikken we ons dood. Voor ons in het water twee baby-haaien waarvan er eentje op ons afzwemt! Voor de zekerheid maar wegzwemmen. Niet nodig horen we later, het zijn zogenaamde ‘zwartvin-haaien’ en die zijn niet gevaarlijk. Als ik de volgende dag een volwassen haai onder me zie zwemmen, ben ik geruster (‘Ellen, dit is niet de haai van ‘Shark Weekend’ van National Geographic Channel’ hou ik mezelf voor.) maar het blijft behoorlijk indrukwekkend. In de komende dagen zien we verder een octopus (deze vis beweegt over de grond en past zich qua kleurstelling aan zijn omgeving aan. Prachtig!), barracuda’s, een zeeslang, zee-schildpadden en honderden soorten koraalvissen met prachtige kleuren. Verslaafd raak ik aan het naar beneden duiken met grote vinnen met boven je de blauwe lucht en beneden het leven onder water.

Na zes dagen snorkelen is het voorbij, we gaan naar huis. Onze lunch met rijst en garnalen zitten in plastic zakjes voor op de boot. Dan doe ik iets vreselijks. Iets barbaars. ("That Dutch girl, remember her? She did something awful"). Op de terugreis gooi ik vanaf de boot een plastic zak in het water. Ja, zo’n échte plastic zak die er honderd jaar over doet te verteren! Ik, die zes dagen lang op het eiland mijn afval tot in de puntjes heb gescheiden, flikker per ongeluk - bij het voeren van rijst aan de vissen – mijn complete plastic zak overboord. Hopelijk hebben de lieve vissen die ervan hebben gegeten, het overleefd.

Tja, er gebeurt wel wat met je tijdens het reizen hoor. Nooit gedacht dat ik nog es om vissen zou gaan geven…

[KRIEBELS]

11 maart

kriebels in mijn buik...
bijna naar huis
nog een paar uurtjes shoppen in het stikhete Bangkok
(belangrijk want ik moet een koekie-monster t-shirt kopen)
en dan...Schiphol
papa en mapa staan daar met krentenbollen met roomboter
daar heb ik speciaal om gevraagd
het leven is mooi

[CAMBODJA]

10 maart

(ik was in Cambodja in februari)
Cambodja is het derde land na Thailand, Laos en Vietnam waar ik heen reis. Het land is sinds enkele jaren geleden opgesteld voor toerisme en is politiek tot rust gekomen. Na Vietnam met zijn drukte en hectiek kom ik terecht in een warm bad. De Khmer zijn vriendelijk zoals de Thai en je wordt niet de hele tijd door verkooplustige Vietnamezen achterna gezeten. Natuurlijk kan je, zoals de meeste toeristen, direct van de hoofdstad Phnom Pen naar Siem Riep sjeezen (met het waanzinnige tempelcomplex Ankor Wat), maar er valt zoveel meer te ontdekken! Zoals het zuiden van Cambodja met de badplaats Sihanoukville en de mooie dorpjes op het platteland. In totaal blijf ik een kleine drie weken in Cambodja.
De beste manier om het platteland goed te verkennen is een brommertje te huren. Gewoon net zo slingeren en chaotisch rijden als de Khmer (zonder te kijken de weg op rijden!) en je komt een heel eind. Onderweg op de landweggetjes maak je heel wat mee: buffels die plotseling oversteken, kinderen die naar je schreeuwen en zwaaien, mensen die naast je komen rijden om met je te kletsen en verkoopsters van de eet-stalletjes die je vriendelijk proberen te lokken. Tel daarbij de prachtige omgeving op met groene rijstvelden en palmbomen en je waant je in het paradijs. Als je langs de kant van de weg stopt, komen van heinde en verre mensen naar je toe die in de omliggende hutjes en huisjes wonen. Een paar woorden Khmer is genoeg voor een hoop lol. Vooral de kinderen zijn om op te vreten.
Phnom Pen
In de hoofdstad Phnom Pen blijf ik vier dagen, ik vind het een prachtige stad. Er heerst een vreemde mengeling van rijkdom en armoe. Er zijn mooie villa's vanuit de Franse konoliale periode, (een aantal staan in verval en zijn bijzonder fotogeniek!), sjieke restaurants aan de rivier, grote billboards met reclames (in Cambodja zijn Alain Delon sigaretten te koop!... "The taste of France") en imposante verheidsgebouwen met glimmende auto's op de parkeerplaats. Maar ook bedelende mensen met zwarte gezichten van het vuil, straten met gaten, slecht onderhouden huizenblokken en slapende gezinnen op straat.
De meeste inwoners zijn modern gekleed (dit in tegenstelling tot de Vietnamezen die in een soort pyama lopen) en maken graag contact met westerlingen. Tot mijn grote verbazing spreekt de jeugd enorm goed engels. Het is duidelijk: de nieuwe generatie wil niet in de geschiedenis blijven hangen maar wil Cambodja opbouwen!
Op CNN in het guesthouse zie ik een item over het eerste warenhuis in Cambodja, en daar ga ik naar op zoek. Dit spliksplinternieuwe gebouw blijkt te staan vlakbij de prachtige oude overdekte markt. Binnen staan assistenten bij de roltrap om de bezoekers te helpen (de meeste hebben nog nooit op een roltrap gestaan!) en ondanks dat een aantal winkels leeg staan, flapperen de kooplustige Khmer met hun flappen. Nog even en de Dolle Dwazen Dagen zijn hier ook een feit.
Khmer Rouge
Zoals bekend heeft Cambodja een gruwelijke tijd achter de rug tijdens het regime van de Khmer Rouge. Maar liefst twee miljoen mensen zijn tussen 1975-1979 vermoord. Deze afschuwelijke geschiedenis sijpelt door mijn gehele reis door Cambodja heen. Een heftig dagje beleef ik als ik zowel de massagraven van the Killing Fiels bezoek als het voormalige martelcentrum van de Khmer Rouge, het Tol Sleng Museum (S12). Honderden schedels in een metershoge vitrine in het herdenkingsmonument bij the Killing Fiels getuigen van de krankzinnigheid van Pol Pot. Er staat een boom waar baby's, onder het oog van de moeder, tegen aan werden geslagen.
Maar het meest vernuftige 'project' van de Khmer Rouge is S12, een gevangenis met martelkamers gemaakt in een schoolgebouw in Phnom Pen. (Nu een museum.) In het gebouw hangen honderden foto's van de slachtoffers. De boeren, leraren, schrijvers, kunstenaars enz. werden een aantal minuten voor opsluiting voor administratieve redenen op de foto gezet en de aanblik van deze angstige hoofden op de foto's is griezelig. Je krijgt koude rillingen in de 'verhoorkamers' waar ijzeren bedden staan waar mensen aan werden vastgeketend en gemarteld. Vreselijk.
Na zo'n heftig dagje ben ik toe aan iets vrolijks en ik ga met Tessa, mijn Nederlandse reisgenote, een 'happy pizza' eten. Een happy pizza? Jawel, ook hier in Cambodja is op elke straathoek drugs te krijgen. (Coke en marijuana worden gewoon aangeboden door de motorbike-taxi's.) Een happy variant is een pizza met marijuna erop! Kleine spikkeltjes 'kruiden' liggen op de kaas tussen broccolli en kip. De overvolle tent met voornamelijk westerlingen heet 'Happy Herbs' en zo te zien hebben de meeste een 'very very very happy pizza' achter hun kiezen. Het effect van mijn pizza is aangenaam voelbaar. Waarom heeft Amsterdam eigenlijk niet zo'n pizza-tent? Gat in de markt.

[LEKKER DAN...]


9 maart


jaja, het is me toch wat! Zomaar een maand niet schrijven! Excuses. Maar vriendin
R. en vriendin T en ik zijn aan het eilandje-hoppen waar niet altijd internet
beschikbaar is. Binnenkort te verwachten: verhaal over Cambodja én over onze
snorkel- en duikavonturen op Ko Surin (lees: haaien gezien!). En oh ja.. ik ben
dinsdag 11 maart a.s. weer thuis, dus U kunt natuurlijk ook een privé gesprek met
sterke verhalen aanvragen. Groet!

[VALENTIJN]


9 februari

Op 14 februari ben ik op het volgende adres te bereiken:

Lovely Guesthouse
Plauw Wat BO
217/12 Q1
Siep Riep
Cambodia

Als je vandaag een kaartje per hele snelle express post verstuurt, krijg ik het nog. Per mail mag ook. Het adres is ellen@ellenweb.com . En anders mag je het natuurlijk naar mijn huis sturen, dan zie ik het wel als ik thuis kom.
(Mmm, misschien leg ik het er iets té dik bovenop dat ik een kaartje wil ontvangen?)

[SLANGENGERECHT]

5 februari

zal ik het doen...
zal ik het niet doen...
zal ik het doen...
zal ik het niet doen....
#^#*$&^#*&#^
jeetje...
het is wel eng!
nou ok dan...
"hello, .. yes.. eh.. well, I would like to order snake with onions and garlic"
"ok madame, no problem... one snake?
"yes, that will be enough..."

Op mijn laatste dag in Vietnam eet ik slang. Natuurlijk niet een hele maar een gedeelte van de slang wordt in stukkies gehakt en met uitjes en knoflook bereid. Als ik het eerste stukje op mijn vork prik, twijfel ik nog. Jakkie, ga ik nu écht zo'n glibberig beest eten? Ik kijk een beetje schuin naar het stukje vlees op mijn vork. Het lijkt wel kip. Of nee, meer als draadjesvlees met de kleur van kip. Ik stop het in mijn mond. Kauw... kauw... kauw...
Maar.. maar... dit is heel erg lekker! Het smaakt naar kalkoen! En het is zacht! En het is helemaal niet eng! Ik wil meer! (Helaas kan ik niet in details treden welk gedeelte in mijn mond beland van deze kleine cobra: het midden, het gedeelte nét na zijn kop of misschien toch het kontje?). Tot mijn grote verbazing is dit gerecht dus bijzonder smakelijk, het is een van de lekkerste gerechten die ik tijdens mijn reis heb gegeten.
Mijn medereiziger heeft intussen het gerecht 'kikker' voor haar neus. Of ik dit misschien wil proeven? Ach, als ik net een stuk cobra naar binnen heb gewerkt, kan die kikker er ook nog wel bij. De spannende conclusie is als volgt: kikker is minder lekker dan slang. Kikker is eigenlijk maar een slappe hap. Niets aan. En bovendien zitten er harde stukjes in het vlees. Geef mij maar slang.
Die nacht droom ik raar; ik zweef, ik tol en ik draai. Als in een achtbaan. Dit is geen grap. Ik ga niet eens vertellen wat ik droom want het is te bizar voor woorden. Misschien komt het omdat we ook nog 'snakewine' drinken. (Een ongedefinieerd glaasje alchohol dat uit een grote pot wordt geschonken waar slangen inliggen.) Slang, snakewine én kikker is waarschijnlijk iets teveel voor de Hollandse maag en geest. Mama, ga je als ik thuis kom weer boerenkool met worst voor me maken?

[SAIGON, ORIENTAL CITY…]

Momenteel ben ik in Ho Chi Min City (Saigon). Het heeft de naam een gevaarlijke stad te zijn, een plek waar veel armoede heerst en waar overal tassendieven zijn. De Lonely Planet waarschuwt tien keer in diverse kadertjes dat je uit moet kijken. Een Australisch meisje, met wie ik een toer doe naar de Cu Chi tunnels, is een slachtoffer. Haar schoudertas wordt twee dagen ervoor ‘s avonds met een mes doorgesneden. Belangrijke spullen kwijt en naar het ziekenhuis om haar schouder te behandelen. Ik ben dus gewaarschuwd. Daarom op pad zonder tas en fotocamera, heb toch al teveel foto’s gemaakt…
Wat direct opvalt in deze stad is het aantal bedelaars. De meeste bedelaars zijn kinderen van ouders die zijn blootgesteld aan ‘agent orange’, chemische Amerikaanse bommen in de Vietnam oorlog. In het War Remenants Museum dat ik bezoek, hangen aangrijpende foto’s van deze verlamde kinderen. In de straat waar ik momenteel een kamer huur (voor 5 dollar) ligt een man op een skatebord met zijn benen over zijn hoofd in een spagaat. Hij heeft één arm waarmee hij probeert vooruit te komen én te bedelen. Wat een leven…
Bijna ga ik Vietnam verlaten. Daar ben ik een beetje verdrietig om want ik heb hier veel moois gezien en veel vriendelijke Vietnamezen ontmoet. Morgen ga ik een driedaagse Mekong Delta toer doen (een gedeelte per mountain-bike) die eindigt in de hoofdstad van Cambodja, Phnom Pen. Nog maar wat foto’tjes om af te sluiten.
Het landschap in Vietnam is prachtig.
Dit is een foto genomen net buiten Dalat, in het zuiden. Hier geen rijstvelden maar plantages waar groente wordt verbouwd als wortelen, bloemkool en sla.


Stilleven met Lonely Planet, ticket en het boek ‘Backpack’ en mijn muts (die ik inmiddels heb weggegooid, in Saigon is het 28 graden).

Een dienst in een van de vele Pagoda’s

We huren een fiets en verkennen de omgeving rond Dalat. Als we bij een school uitkomen, beginnen de kinderen op het schoolplein te schreeuwen. De directeur komt naar buiten gelopen en nodigt ons uit een kijkje te nemen in de klas. De kinderen zijn in eerste instantie verlegen maar laten vervolgens hun schrift zien, beginnen aan mijn haar te plukken en aan mijn arm te voelen. Ook vinden ze het leuk om mij een hand te geven, ze weten dat buitenlanders dat doen. En natuurlijk moeten er foto’s gemaakt worden. Lekker hard schreeuwen!


All photos by Alvaro Altamirano

[ZOVEEL TE DOEN….]

26 januari

Ongelooflijk. De tijd vliegt. Ik ben drie weken in Vietnam en het lijkt alsof ik meega in de hectiek van dit land. Vietnam is namelijk druk, erg druk. 77 miljoen mensen krioelen door elkaar heen en men lijkt zeven dagen per week in touw te zijn. Winkeltjes en noodlebars zijn altijd open, mensen staan elke dag tot hun knieën in de rijstvelden en duizenden fietsen en brommers vervoeren diverse produkten. Natuurlijk is deze drukte voornamelijk in de grotere steden, als je een motorbike of fiets huurt, kan je urenlang op rustige zandweggetjes rijden. Dan heb je de kans om met oudere Vietnamezen een gesprekje aan te knopen. Zoals met deze meneer. Hij brabbelt Vietnamees en ik praat Engels terug. Hij vraagt of ik een sigaretje met hem wil roken. Nou nee, maar mogen we een foto nemen?

 

 

 

 

Als je de geschiedenis van Vietnam leest met oorlogen, invallen en de strijd van Frankrijk hun kolonie te behouden, snap je de nationalistische gevoelens. De Vietnamese vlag wappert overal fanatiek en langs de kant van de weg staan billboards zoals deze.

Sinds een decennium kent Vietnam pas vrede, de laatste strijd wordt gestreden in 1992 tegen Cambodja. Ondanks dat Vietnam een van de armste landen in Zuid-Oost Azië is (het gemiddeld jaarinkomen is 300 dollar) merk je dat Vietnam in beweging is. Men wil vooruit! De jaren negentig worden gekenmerkt door doi moi - de Vietnamese perestrojka - en die is momenteel in volle gang.

Er worden overal huizen en fabrieken gebouwd, nieuwe wegen en bruggen worden aangelegd en buitenlandse investeerders uit onder andere Taiwan, Amerika en Japan ruiken voorzichtig naar de mogelijkheden. Het toerisme wordt gezien als dé kans om dollars te verdienen (dit jaar bezoeken 2.6 miljoen toeristen Vietnam). In de toekomst zal de scheiding tussen arm en rijk groter worden. Niet iedereen zal in de rijkdom delen, zoals deze oude vrouw.

Momenteel ben ik Ho Chi Min City (Saigon) in het zuiden van Vietnam. Ik reis samen met Alvaro, een Chileense jongen. We hebben geen zin in een hotel met MTV en een lachende receptioniste en huren een kamer bij een gezin. Een kleine trap naar boven leidt naar een simpele maar keurige kamer. Mama en de kinderen kijken in de kleine huiskamer naar de televisie.

 

 

 

Dit is het uitzicht vanaf het balkon.

Deze foto’s zijn allemaal gemaakt door Alvaro. Hij heeft een mooie digitale camera waar ik erg jaloers op ben. Ik fotografeer nog gewoon met rolletjes.Klik!

[SAME SAME BUT DIFFERENT]

Het gebruik van de Engelse taal is compleet doorgedrongen in Azië. Veel Aziaten spreken een aantal woorden Engels, al is het meestal wat lastig verstaan. Het is ongelooflijk met wat voor ijver men probeert woorden op te pikken en de taal te oefenen. Dit geldt voor zowel Thailand, Laos als Vietnam. Tijdens een ritje met het openbaar vervoer heb je de meeste kans dat er iemand met een leerboek naast je komt zitten. Zo heb ik in Laos tijdens een lange rit in een pick-up truck een gesprek met een jongen. Zijn lesboek staat vol met aantekeningen. Hij wil het verschil weten in uitspraak tussen 'first' en 'thirst' en tussen 'see' en 'sea'. Dat is natuurlijk ook lastig. In Vietnam lijkt het alsof iederéén een paar woorden Engels spreekt, maar vaak is het dezelfde combinatie van woorden. Het is een soort populair Engels dat men van elkaar kopieert. De meest favoriete zin om een gesprek te beginnen is: "Hello my friend. Where you go?". Deze vriendelijke benadering is vaak bedoeld als start om iets te verkopen. "Hé my friend... you buy me something? Cheap for you! Als je daar negatief op reageert, is het antwoord van de verkoper altijd hetzelfde. "Why not? Not good for me... maybe later?" Een andere favoriete uitdrukking is: "I sell only good for you... Same same but different".
Creatief is ook de namen voor bars: 'Why Not', ‘The Modern Toast’, Polite Pub’, ‘Banana Split Café’, 'Brown eyes only', maar ook ‘Apocalypse Now’ en ‘Peace Bar’ kom je vaak tegen.
In een hotel op Cat Ba Island hangen op elke etage bordjes: First, Second, Thirth, Four, Five. Dat het niet klopt, maakt natuurlijk geen bal uit. Maar op elke etage hangen zoveel foute bordjes (speciaal laten maken) dat ik niet begrijp waarom de spelling niet gechecked wordt! Ook zijn de menukaarten, flyers en business-kaartjes altijd een feest om te lezen.
Our food is good for Every Body
Thank you for your calling
Communication is the keys to beautiful hair
You come, we serve
Het gebruik van het Engels door de Aziaten heeft iets charmants. Over tien jaar - als het toerisme overdadig is losgebarsten en Vietnam een tweede Thailand is geworden - is alles correct gespeld. Dan hebben buitenlandse inversteerders prachtige hotels gebouwd met goede bordjes en juiste menu kaarten. Nog maar even genieten dus. Zoals van het onderstaande voorwoord van het menu van een restaurant.

Dear Guest,
Thank you very much for your coming. We are very welcome to serve you with all possible. We would like to make you happy and enjoy our meals. Our hotel and restaurant are running by a chef, he has over 20 years in cooking at international hotel. A full selected menu with combination of traditional vietnamese food, Italia, Thailand, French so we hope that it may give you choices are enough. Following beverages and wine are as well, we try to offer you all the things which are made in Vietnam and some wines are imported. All of fruits are very fresh from the maket. Some fruit depends on season. Our seafoods are fresh and alive.
Please ask our server.
Thank you!

[HOT OR NOT]

15 januari

Na wat research en een paar giechelende meisjes weet ik het zeker: de disco / nightclub The New Century is 'the place to be' in Hanoi voor een heftig avondje stappen. Ik ben zwaar benieuwd op wat voor muziek Vietnamezen dansen en ga erheen met Robert, een Engelse jongen die ik in Laos heb ontmoet. Vol verwachting klopt ons hart. Is er een lange rij? Zal er een strenge bodyguard staan met een gastenlijst? Komen wij er in? (In mijn backpack zit namelijk geen 'dress to kill'. Gelukkig heb ik een mooie, glimmende armband om, gekocht in Thailand. Hopelijk helpt dit...)
We nemen de cyclo (een soort bankje bevestigd op een fiets, die kan je overal 'pakken') en laten ons afzetten voor de nachtclub. Ik zie twee vriendelijk meisjes achter een tafel staan die op een bordje wijzen. 'Girls for free'. Wow, dat wordt leuk. Robert moet 40.000 dong betalen, maar hij krijgt twee gratis drankjes en ik moet voor mijn drankjes betalen. Typische Logica van de hoogste Vietnameze plank.
Eenmaal binnen valt op dat mensen hun jassen aanhouden. Dat vind ik een beetje vreemd maar na een paar minuten begrijp ik het. Het is fris! In noord Vietnam is het momenteeel winter met 's avonds vrieskou en ook in deze tent is men niet in staan de boel een beetje op te warmen. Jassen aanhouden dan maar. Als we straks gaan dansen kunnen we misschien wél onze t-shirtjes met de Vietnamese vlag laten zien.
The New Century bestaat uit twee verdiepingen. De eerste verdieping heeft hoge tafels met krukjes met een ballustrade uitkijkend op de dansvloer. Een megagrote 'UFO' met lampen beweegt op het ritme van de muziek en meisjes in rode glitterjurkjes dansen op een podium. Er zijn bars met spiegels waar flessen sterke drank staan uitgestald. Er is niet veel keus, drankjes als Martini of Passoa zie ik niet en ik kies voor gin/tonic. Voor een klein glaasje met veel ijs en stukjes citroen betaal ik twee dollar. Het moge duidelijk zijn dat alleen rijke Vietnamezen hier hun geld kunnen verbrassen, de meeste van hun landgenoten verdienen niet eens één dollar per dag.
De dj staat beneden aan de zijkant van de dansvloer. Hij heeft blond haar, een peuk in zijn hand, een fles Tiger beer aan zijn mond en draagt een dikke kabeltrui. Mister cool drukt knopjes in van de cd-speler en mixt op gevoel want hij draait geen vinyl. (Er zijn nergens platen te krijgen, hoor ik later) De muziek heeft een ernstig hoog Aqua-gehalte ("I'm a barbie girl") met nog slechtere teksten, gemixt met techno(tronic). We vinden het knap dat mensen erop kunnen dansen. Zo is er één song dat minutenlang doorgaat met de tekst ' I want to sent you an s...m...s'. De Vietnamezen gooien op 's-m-s' creatief hun handen in de lucht. Misschien is dit nummer de 'YMCA' van Vietnam? We komen er niet achter. Plotseling wordt een ballad ingestart. Iedereen loopt rustig rond of gaat naar tafels waar grote groepen mensen enorm druk zijn met bestellen. Na een paar minuten wordt het ritme wederom opgepompt en staat iedereen te dansen.
[Hieronder een stukje tekst waarbij ik soms overkom als arrogante westerling] De Lonely Planet zegt "The New Century comes directly from London or New York" ... Ik zeg: deze tent zou het armzalige Leidseplein niet eens halen. Een aantal opvallende zaken: de barmannen shaken stoer cocktails maar hebben allemaal vreselijke, te grote rode overalls aan. Hun grote witte gympen zien eruit als clowns-schoenen. Wie verzint dat nou? Nog iets..., terwijl mensen uit hun dak gaan op de dansvloer, kijk ik met de rest van de bezoekers naar televisies die overal hangen. Als ik mijn vierde gin/tonic achterover giet, kijk ik naar Popeye die vreselijk zijn best doet om Olijfje te redden uit een zinkend schip, waarna Knabbel en Babbel wordt ingestart (écht waar!). Opvallend is wel weer het aantal westerlingen met mooie Vietnamese meisjes aan de arm. Vietnam is qua prostitutie een totaal ander verhaal dan Thailand maar hier kan het blijkbaar wel. Bovendien vermoed ik, aan de grote pupillen te zien, dat er drugs wordt gebruikt. [nou, dat viel eigenlijk best mee...]
Ik heb me prima vermaakt in The New Century maar van dansen is weinig gekomen. Met de taxi gaan we naar 'huis' rond twee uur. De meter geeft 11.500 dong aan maar de taxichaffeur zegt dat wij 15.000 dong moeten afrekenen. Ook goed. Op dit tijdstip waar Hanoi verandert in een spookstad met niemand op straat, heb ik geen zin om in discussie te gaan. In de hotelkamer maken we nog maar eens een biertje open. Knabbel en Babbel in een nachtclub. What a party!

[VIETNAM]

9 januari

Ik ben in Vietnam, het derde land van mijn reis. Weer een nieuwe cultuur met eigen regels en gewoontes, wederom een andere munteenheid, en een andere taal. Ik vlieg vanuit de hoofdstad van Laos (Vietane) naar Hanoi in noord Vietnam, een vlucht van 1 uur en 20 minuten. Het vliegtuig is niet al te best. Lao Air heeft oude afgedankte Russische vliegtuigen in dienst en die zien er een beetje ouderwets uit. Rammelend stijgen we op. (Ik zou bovendien zweren dat het vliegtuig langzamer gaat.) Tijdens de vlucht is er een enorm lawaai en zelfs mijn walkman houdt het gebrom niet weg. Maar de service is prima aan boord, je krijgt zelfs een handdoekje om je handen te wassen.
Het begint te wennen dat je van te voren niet weet waar je gaat slapen en hoe je van punt A naar B komt. Meestal komt alles op zijn pootjes terecht. Zo ook in Vietnam. Als ik de aankomsthal van het vliegveld uitloop, staan er diverse mini-busjes klaar die naar het centrum van Hanoi rijden. Het busje stopt in het oude gedeelte (Old Quarter) en als we uitstappen, komen een aantal hotelmanagers op ons af. De westerse tactiek is vervolgens liegen dat je een reservering hebt in een guesthouse. "But....but... we have room for 6 dollar, with sattelite tv and hot shower!". Ok prima. 6 dollar is een goede prijs. En het guesthouse is waarschijnlijk toch al vol.

(Mocht er iemand denken dat ik dit stukje typ in een zomerse t-shirtje.., was het maar waar! Het is hier koud! Ik loop hier met een muts op mijn kop, twee jasjes aan en nog wat lagen over elkaar. Gelukkig regent het vandaag niet. Er is hier nergens verwarming te bekennen zodat je eet in een koud restaurant, typt in een fris internetcafé en slaapt in een tochtige hotelkamer. Gelukkig ben ik over een paar dagen een stuk zuiderlijker. Kan ik wat opwarmen.)

[HANOI]

De stad Hanoi heeft een heel aparte sfeer. Het heeft een Frans-koloniaal karakter door de mooie historische gebouwen en villa's uit de tijd van de Franse overheersing. Het oude centrum heeft talrijke smalle ambachtsstraatjes met de namen van de ambachten die in het straatje worden uitgevoerd. Zo zijn er straatjes met kappers, maskermakers, leerbewerkers, schoorsteenmakers, grafsteenmakers enz. Alle winkels zitten bij elkaar op een kluitje, iedereen timmert en zaagt op straat en in elk gangetje en deuropening wordt gehandeld. De stoep wordt benut als brommerparkeerplaats of ook als handelplek. Zo zit er een man met een fietspomp banden op te pompen, verkoopt een vrouwtje bananen, roostert iemand op een miniscuul houtskoolvuurtje maïs en liggen er op een doos sigarettenpakjes opgestapeld voor de verkoop. Elk stukje straat wordt benut. Tel daarbij de duizenden brommers, fietsers en auto's en je kan je voorstellen dat je bekaf bent na een dagje 'wandelen in Hanoi'. Vooral omdat alle brommers en auto's toeteren! Daar wordt je helemaal gek van. Toch heeft deze chaos structuur, iedereen loopt of rijdt steevast rechtdoor zonder elkaar aan te kijken. Je moet dus nooit stoppen met lopen, ook niet als voetganger. Het blijkt een kwestie van langs elkaar heen slingeren, best veilig eigenlijk. Naast het oude gedeelte is er de ambassadewijk, waar de oude citadel en veel mooie koloniale gebouwen zijn. Daar staat het mausoleum van Ho Chi Min en het War Museum. Beide heb ik bezocht.

Het grootste verschil met Thailand en Laos wat ik tot nu toe opmerk, is de gretigheid waarmee de Vietnamezen handel ruiken ten opzichte van toeristen. Geen rustige, aardige houding maar een directe manier van benaderen. In Hanoi wordt er dan ook overal en altijd naar je geschreeuwd. Op de hoek van de straat door de motorbike- of fiets-taxi's en door de tientallen verkopers die met hun handel naast je komen lopen. Een duidelijk NEE is nooit duidelijk genoeg. Of ik een hoed wil? Een aansteker? Een hoed én een aansteker? Een tas voor de hoed en aansteker? Nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee! Duidelijk?
Wat ik wel koop op straat is een gekopieerde versie van de Lonley Planet van Vietnam voor 7 dollar. Ik koop het van een van de jongens die met stapels Lonely Planets, woordenboeken en oorlogs-romans rondlopen. "Please madame... I go to school and I have no money.. could you help me... ?" Hij moet echt aan zijn acteerspel gaan werken, het is behoorlijk slecht. Maar ik heb nu wel een Lonely Planet.

[MUSIC PLEASE]

Waar ik maar geen genoeg van kan krijgen zijn de vele cd-winkels en DVD-shops. Nu heb ik inmiddels in Thailand gezien dat er veel gekopieerd wordt, maar Vietnam is de absolute koning! En hun aanbod is ongelooflijk goed, er wordt geen bullshit verkocht. Bijvoorbeeld: the Flaming Lips, the Pixies, Norah Jones, Miles Davis, Herbie Hancock, Keith Jarrett, Jeff Buckly, Nick Drake, Air, Rufus Wainwright, Moby, Badly Drawn Boy, Tom McRae enz. Elk muziekgenre is vertegenwoordigd en onze Nederlandse dj's liggen hier allemaal vriendelijk naast elkaar. Maar je moet eerst luisteren of het juist gekopieerd is, als de eerste track niet klopt, is de kopie meestal slecht. Met die DVD's weet ik het niet. Het lijkt me haast niet dat ze die perfect kunnen kopiëren. Maar ach, je betaalt slechts 20.000 dong (15.000 dong = 1 dollar) dus het is het proberen waard. Een cd'tje gaat voor 10.000 dong de toonbank over.

Ongelooflijk... een heel continent koopt dus alleenmaar kopieën! En de toeristen doen er gretig aan mee. Ik heb inmiddels ook cd's gekocht. Ik heb ze keurig in een mapje zitten met de hoesjes. Slecht. Ik weet het. Het gaat al zo slecht met de muziekindustrie. Maar ik ben ver weg. En niemand vertelt het verder... toch?

[FEITJES]

8 januari

Laos
Inwoners: bijna vijf miljoen
Hoofdstad: Vientiane
Oppervlakte: 236.000 (5 x Nederland)
Taal: Lao en Frans
Munt: Kip
Religie: Boeddhisme
Laos is één van de armste landen ter wereld, bijna eenderde van de bevolking haalt de veertig niet. Het grootste gedeelte van de bevolking leeft onder het bestaansminimum. Tijdens de Vietnamoorlog heeft Laos het hoogste aantal bommen ooit op een land gegooid moeten incasseren omdat de Amerikanen de bevoorradingsroutes van de Noord-Vietnamezen, die gedeeltelijk door Laos liep, probeerde te vernietigen.

[DRUGS]

Laos maakt deel uit van de Gouden Driehoek, oftewel: Laos, Burma, en Thailand. Deze drie landen zijn verantwoordelijk voor 60% (!!!) van de heroïne-productie in de wereld. Na Myanmar en Afghanistan is Laos de op twee na grootste producent van harddrugs. Met de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst wil de regering de handel in heroïne terugdringen, maar slaagt daar maar ten dele in. Vooral de plaatselijke bevolking is verslaafd. Kleine zakjes heroïne gelden soms als betaalmiddel in het gebied.
Ondanks posters en waarschuwingen door toeristen-organisaties in Laos, kunnen veel backpackers de verleiding niet weerstaan en gebruiken drugs. Het is ook niet zo moeilijk om eraan te komen. Overal waar je loopt, komen fluisterende mannetjes naar je toe met een plunjezak vol met diverse soorten drugs. De meeste verkopers zijn verslaafd dus de communicatie verloopt wonderlijk en paniekerig; de 'junkies' moeten immers verkopen voor hun eigen dagelijkse behoefte. De inhoud van zo'n plunjezak is niet misselijk en voor een paar dollar zou je heel Amsterdam kunnen voorzien.
Maar het kopen op straat is behoorlijk link. Eenmaal in je bezit kan de verkoper je aangeven bij de politie om het geld te incasseren dat hij krijgt als hij iemand aangeeft. Bovendien weet je nooit precies wat je koopt. Als ik in Vang Vieng ben, hoor ik dat een Canadese toerist onlangs is overleden. Hij dronk Lemon thee bij zijn voorgedraaide sigaret wat een chemische reactie in zijn lichaam veroorzaakte. Hij is per helikopter naar een ziekenhuis gebracht waar hij is overleden.
Opvallend is het aantal westerlingen dat serieus verslaafd is. In Muang Singh en Vang Vieng zie ik verwilderde personen lopen met een hoog 'Leaving Las Vegas'-gehalte. Waarschijnlijk hebben ze al hun geld opgerookt, is hun visum verlopen en hebben ze geen geld om de 2 dollar per dag te betalen na het verlopen van het visum. Triest. En hoe stoer ben ik zélf in dit verhaal? Niet zo stoer. Drugs wordt om me heen gerookt en het wordt me aangeboden, maar ik heb er geen behoefte aan. Nee, het roken is voorbehouden aan leeghoofdige Amerikanen, brede latino's en jonge Engelse broekies met hun luidruchtige bierdrink-cultuur. See you in Amsterdam guys…

[SCHIJT OUD & NIEUW]

2 januari

Mijn timing om eens flink aan de schijterij te gaan, is bijzonder slecht. Op de laatste dag van het jaar 2002, wanneer veel backpackers samenkomen in het plaatsje Vang Vieng (Laos), lig ik met kramp in bed. Gelukkig heb ik op dat moment een kamer met eigen toilet zodat ik niet de gang op hoef. In het kader van dit verhaal een megagroot pluspunt. De oorzaak van het knetterende diaree-vuurwerk en het overgeven is niet te achterhalen, gedurende de dag eet je kleine hapjes in verschillende eetgelegenheden. Misschien is het de Phad Thai van gisteren geweest (had erg veel sojasaus), of de spring rolls (smaakte een beetje raar) of het bordje rijst met kip langs de kant van de weg (dat is altijd een risico). Hoe dan ook; mijn lichaam heeft blijkbaar geen trek in één van deze gerechten en ze dobberen een dag later onsmakelijk in de toiletpot.
Andrea, een Duits meisje met wie ik de laatste paar dagen reis, komt kijken hoe het met mij gaat. Mwah, niet al te best. De zakjes ORS (poeder zodat je niet uitdroogt), de flessen water en de lege strips Diacura slingeren rond mijn bed. Ik heb geen idee hoe laat het is. Mijn mobiele telefoon die ik gebruik als wekker heeft geen energie meer en ik heb geen puf om de oplader te zoeken. Ik spits mijn oren om te luisteren naar geluiden van buitenaf die duiden op het begin van het nieuwe jaar. Niets te horen. Natuurlijk niet. De Lao zelf vieren pas in april nieuwjaar dus die liggen op één oor. En het feest georganiseerd voor de westerlingen is hier niet te horen. Goed geregeld Ellen, nu kan ik mezélf niet eens een fijn nieuwjaar wensen.
Dan hoor ik wat gestommel bij de deur. "Can we come in?" Gezellig, er komen wat mensen op ziekenbezoek. Een walm van alchohol vult de kamer. "Happy New Year Ellen!" Bedankt mensen, maar zet ajb het feestje ergens ander voort want ik moet weer enorm naar het toilet!



[LAOS]

Ik ben veertien dagen in Laos en ben compleet verliefd geworden op het land. De mensen zijn aardig - hoewel iets afstandelijker dan de Thai -, het landschap is prachtig en de houten temples zijn een sprookje. Het is Azië op zijn mooist en stiekem vind ik Laos tien keer mooier dan Thailand. Het reizen over land gaat moeizaam, dat wel. Zo bestaan de wegen in het noorden uit zandwegen met grote gaten waar niet harder kan worden gereden dan 30 km per uur. En je moet op tijd zijn voor een zitplek in de bus of pick-up truck want de voertuigen raken snel propvol. De Lao zijn het gewend, zij kennen het devies 'er kan nog meer bij' van het openbaar vervoer waarbij elke centimeter wordt benut. Een stapel plastic stoelen wordt voorin de bus geplaatst, twee peuters worden op je schoot gezet die in het volgende dorp moet worden afgeven, manden met bananen worden onder de stoelen geschoven en de mensen die onderweg instappen zitten op miniscule krukjes in het middenpad. Een beetje lenigheid kan geen kwaad. Mijn eerste rit van de grensovergang Thailand-Laos naar het bergachtige noorden is 10 uur zitten op een zak rijst in het middenpad van een pick-up truck. Geen pretje kan ik je zeggen.

Hoogtepunten van mijn reis in Laos zijn: een trekking naar hill tribe villages, kerstmis in Muang Singh en het stadje Luang Prabang

[HILL TRIBE VILLAGES]

In het 1700 km lange Laos wonen 5,2 miljoen mensen bestaande uit 49 etnische groepen. De bergvolken in het noorden zijn veelal gevlucht uit China en Burma. Ik doe een trekking van één dag om een aantal van deze bergdorpjes te bezoeken. Een zware trekking want we klimmen en stijgen de hele dag. Maar het uitzicht op het berglandschap is fantastisch en vooral het dorp van de Karen-bevolking maakt een enorme indruk op me. Compleet afgesloten van de buitenwereld en zonder electriciteit leven hier 500 (1000?) mensen in bamboe-hutten tegen de berg opgebouwd. Als ik het dorp binnenloop, weet ik niet wat ik zie. Vrouwen in prachtige klederdracht, naakte kinderen rennen schreeuwend rond, varkens en buffalo's zijn aan het vechten, mannen lopen met baby's in doeken op hun rug, oude mannetjes roken opium (velen hebben een rode mond van een kruid dat ze hier kauwen) en er is net een buffalo geslacht waarvan de hompen vlees aan grote stokken worden gehangen. Het lawaai dat dit alles maakt, zal ik nooit vergeten. Ik waan me in de middeleeuwen.
We lunchen in een van de bamboe-hutjes. Op grote bananenbladeren liggen diverse prutjes die je mixt met rijst. Waanzinnig lekker! Aan de andere kant van de ruimte liggen mannen opium te roken en kijken ons glazig aan. In de deuropening probeert de rest een glimp van ons op te vangen. Wij staren naar hen en zij staren naar ons; we vinden elkaar vreemd. Pas een aantal maanden wordt dit dorpje bezocht door toeristen dus wij zijn een bezienswaardigheid. Kinderen vinden het vooral leuk om door de lens van camera's te kijken. Ik hang mijn Nikon FM om de nek van een van de kinderen en leg het uit. Inmiddels hebben ze wel een aantal camera's gezien en het jochie leert snel. Hij maakt foto's van mij en andere kinderen. Ik ben benieuwd naar het resultaat! Na twee uur gaan we weg, jammer. Ik had er nog uren willen blijven.

[KERST IN MUANG SING]

Ik vier kerst in het boerendorpje Muang Sing in the middle of nowhere, op een paar kilometer afstand van de Chinese grens. Een primitief boerendorp waar een vreemde mengeling bestaat van boeren en backpackers. Het leven begint hier al vroeg. Om 06:00 wordt het nieuws door de luidspeakers geschalt, begint de markt met opbouwen en hoor je overal honden blaffen. Met een groep Australiërs en Engelsen zitten we 's avonds met jassen aan (want fris op 1200 meter) in een TL-verlicht restaurant met vergeelde Coca Cola-posters kerst te vieren. Electriciteit is er tot 21:00 uur zodat we met kaarsjes aan ons kerstdiner nuttigen. Mijn 'diner dansant' bestaat uit kip met knoflook en noedels, en brood met boter en friet ertussen. We spoelen het weg met het enige bier dat in Laos te koop is: Laobeer.
Maar dan krijgt de avond een magische wending. Het is mij nog steeds een raadsel hoe het kan. In dit afgelegen dorpje is één bar dat als een tropische oase in een gortdroge woestijn fungeert. De eigenaar heeft in grote mappen honderden cd's en vcd's (dvd's) van alle (pop)muziek die je maar wenst. Mijn held van het jaar heeft electriciteit tot diep in de nacht door een agregaat. Op kerstavond kijken we op een megagrote tv met twee boxen (ik droom,.... ik droom.... ik droom....) naar een concert van The Doors uit 1968 (live at the Hollywood Bowl), naar videoclips van Radiohead, Bjork en the Police en een concert van Pink Floyd. Mijn ultieme kippevel-moment is op kerstavond geboren!

[BYE BYE THAILAND]

22 december

Ik ga Thailand verlaten. Voorlopig althans, in februari 2003 kom ik terug als ik vriendin T. en vriendin R. ontmoet in Bangkok. Met hen ga ik drie weken o.a. het zuiden van Thailand verkennen. Vandaag neem ik de bus van Chiang Mai naar de grensovergang in het noorden van Laos. Omdat het aantal computers daar dunbezaaid is, weet ik niet hoe vaak ik een stukje kan schrijven. We'll see. Dit wordt trouwens een rommelig, onsamenhangend, on-correct Nederlandstalig stukje met veel komma's. Beetje steno-stijl. Mijn bus gaat over een half uur vandaar. Ik typ dit bij het guesthouse vanwaar de bus vertrekt. Komtie:
- De grotten van Soppong bezocht: groot!, veel vleermuizen, raften op een rivier in de grot, met olielamp gelopen, romantisch, niet koud, stijle trappetjes, glad, weinig toeristen, zakjes gekocht met visvoer, enorme put met vieze dikke vissen, never ending gevoel, doodskisten van 2500 jaar oud, muurschilderingen die vergaan zijn omdat mensen er met hun fikken hebben aangezeten, nu mag dat niet meer
- Dorp van bergvolk Longnecks bereikt na prachtige brommertocht. (Je weet wel, met die ringen om hun nek. De nek lijkt daardoor lang, dit komt eigenlijk omdat het gewicht de schouderbladen naar beneden drukt.): erg toeristisch, twee rolletjes gefotografeerd met Nikon FM, ook een zwart-wit rolletje, met bewoners gesproken die beetje engels kunnen, overal kraampjes, prullaria gekocht waaronder een boekenlegger, ben erachter gekomen dat de Longnecks oorspronkelijk niet in Thailand wonen maar een uit Burma gevlucht volk zijn, het dorp wordt afgesloten door slagbomen, ze mogen er niet in of uit.
- Het is leuk om de Bangkok Post te lezen, je krijgt een klein beetje inzicht wat er zich afspeelt in Thailand. Ik weet nu dat 1% van de bevolking van 64 miljoen mensen leidt aan psychische problemen. Een deel daarvan wordt veroorzaakt door het gebruik van dieet-pillen waardoor het serotinine-gehalte in de hersens wordt verminderd . (Dieet-pillen? Ik heb geen dikke Thaise vrouw gezien?!). / Er zijn meerdere initiatieven om straatkinderen te helpen die HIV hebben / in Thailand is de minister van gezondheid een No-Sugar campagne begonnen, 18 eetlepels per dag nuttigt men hier, zo'n 29,05 kilo per jaar / er was een kleine aardbeving in de buurt van Chiang Mai (ik heb niets gevoeld) / Maleisië heeft een commercial met Brad Pitt verboden omdat het een 'insult is to Asian Looks'. "Why do we need to use western faces. Are our own people not handsome?", aldus de Minister of Information / 1200 restaurants in Maleisië zijn gestopt met het verkopen van Coca Cola. Dit uit protest van de Westerse houding t.o.v Moslims / van 27 december tot 2 januari mag geen alchohol worden verkocht bij pompstations in Thailand. Het aantal doden was vorig jaar tijdens de feestdagen 5 per uur. Normaal is dat 2 per uur.
Nou, wat dat een beetje te lezen? Mijn bus is inmiddels gearriveerd dus ik ga instappen. Op naar Laos! Een tocht van ongeveer 7 uur. Hopelijk heb ik daar een leuke kerst met wat nepsneeuw. Fijne kerstdagen gewenst!

[HET TRAVEL AlONE-SCENARIO]

21 december

Alleen reizen is leuk. Op diverse plekken ontmoet je verschillende type mensen waarmee je een tijdje optrekt. Tot nu toe is het me nog altijd gelukt contact te maken met vriendelijke, ondernemende personen. Ik heb ze ontmoet bij het wachten op de bus, in de trein, bij het zoeken van een plaatsje in een restaurant of gewoon op straat. Hoewel de start van het Travel Alone-scenario voorspelbaar is, begin je er steeds met frisse moed aan. 'Where are you going?... Yeah, it's going to be a long ride... What are you having?... Can I get you anything to drink?... Is it your first time Asia?..... Oh, you're from Amsterdam? Great place, I have been there a couple of times.. love the people and the atmosphere... How long have you been travelling?'.. enz enz. Dit is de zogenaamde koetjes- en kalfjes fase waarbij je vriendelijk edoch in een rap tempo door je reisgeschiedenis bladert. Bevalt het allemaal en is er een 'klik' dan heeft het lot beslist: met deze persoon(en) reis je door naar de volgende bestemming.
De tweede fase is crucialer. Je hebt een tijdje met elkaar gesproken en besluit wél of niet gezamelijk op zoek te gaan naar een slaapplek. Als die beslissing is genomen, verloopt het verder meestal soepeltjes. Je bekijkt samen de kamer in het guesthouse, voelt aan de vering van het matras ('fine with me!'), checkt de douche en toilet, onderhandelt wat over de prijs, pleurt je spullen neer en gaat samen een hapje eten. Het ijs is gebroken en er kunnen plannen gemaakt worden voor de volgende dag.
Wat in dit sociale gebeuren absoluut 'not done' is, is om tijdens eerste ontmoetingen té snel tot het Travel Together-scenario over te gaan. Ik heb diverse mannen ontmoet (yep, het waren meestal mannen) die vrij direct vragen waar ik heen ga en hoe laat ik dan de trein neem en of we dan niet samen kunnen ontbijten en of ik een goed guesthouse weet in plaats x of y. Nee, dat weet ik niet en ik heb bovendien heel erg afgesproken met vrienden en moet er dus eigenlijk vandoor... helaas! Je kan er niet precies de vinger opleggen maar je intuitie zegt dat je in dit soort gezelschap geen zin hebt. Van sommige mensen druipt de eenzaamheid nou eenmaal af. (Ik had kunnen beweren dat ik met een zeer open geest van een backpacker op reis ben die met iedereen op de wereld vriendjes wil worden. Maar nee, sommige mensen vind ik gewoon stom.)
Ik ben benieuwd wat voor mensen ik nog tegenkom. Mijn hedendaagse verzameling bestaat uit Brabanders, Engelsen, Ieren en Israëliers. Het is duidelijk, ik mis nog wat nationaliteiten. Straks in een tempel maar es een schietgebedje doen voor wat Australische surfboys.

[BURMAANSE VLUCHTELINGEN]

18 december

Tijdens de busreis van het backpackers-dorp Pai naar het provinciestadje Mae Hong Son wordt het duidelijk: we naderen de grens met Myanmar (voor de naamsverandering bekend als Burma.) Hoe dat te merken is? In de bus wordt iedereen, behalve toeristen, naar een identiteitsbewijs gevraagd zodat Myanmarse vluchtelingen kunnen worden opgepakt. Veel Myanmar vluchten naar Thailand omdat zij hopen op een beter leven. In eigen land heerst een machtsbeluste militaire dictatuur die minderheidsgroepen zonder pardon in de gevangenis gooit. Elke dag worden vluchtelingen over de grens gesmokkeld. (voor meer details over Burmaanse vluchtelingen)

Thailand gaat vervolgens niet bepaald vriendelijk met deze minderheden om. 'Legale' vluchtelingen komen terecht in overvolle kampen waar ze leven onder erbarmelijke omstandigheden. Er bestaat een onmenselijke huisvestiging en er is nauwelijks genoeg te eten voor iedereen. Voor toeristen wordt deze informatie achtergehouden maar ik word stevig bijgepraat door Tom en Andrew, twee Engelse jongens die ik ontmoet in een guesthouse in Mae Hong Son. Achter de reden van hun reis naar Thailand schuilt een indrukwekkend verhaal. In de toekomst gaan deze jongens namelijk Engelse les geven in vluchtelingenkampen in de buurt. Een riskante onderneming want ze moeten door de jungle om het te bereiken. (Buitenlanders mogen niet in de kampen komen.)
Eenmaal aangekomen moeten ze onderduiken en in het geheim lesgeven. Ze ondernemen dit alles om Andrew's zus Stephanie Lee te eren. Zij gaf op zeer jonge leeftijd alles op om te leven in een Burmaans vluchtelingenkamp en in Engeland geld op te halen. Maar ze verongelukte vorig jaar op 21-jarige leeftijd tijdens een brommer-ongeluk. Haar dood schokt zowel Engeland als diverse minderheden in Thailand voor wie zij een held was.
(zie artikel Daily Telegraph ). Andrew is naar Thailand gekomen om het graf van zijn zus in het vluchtelingenkamp te bezoeken, het lukt hem maar niet haar dood in Engeland te verwerken. Als ik hem tref, is hij pas twee dagen in Thailand. Hij is zichtbaar geëmotioneerd als hij over zijn zus praat. Andrew vertelt me verder dat Burmaanse vluchtelingen gehoord willen worden.
Zij willen aandacht voor hun slechte situatie, zegt hij.

Bij deze....

[ODE AAN DE BACKPACK]


15 december

Mijn rugzak is na zeventien dagen mijn tweede huisje geworden. Alles wat ik nodig heb, zit erin en over de inhoud is nagedacht. 'Ik-ga-op-reis-en-neem-mee' is een spelletje wat ik een aantal dagen voor vertrek fanatiek heb gespeeld. Over het uitzoeken van mijn backpack heb ik twee dagen gedaan. Na wat looprondjes in survival winkels met nepgewicht van verpakkingsmateriaal, kies ik voor het merk 'Vaude' met inhoud 65 liter plus 10 liter uitbouw.

Het is best leuk om je rugzak netjes in- en uit te pakken. Ik raak er al redelijk bedreven in. Je kan het vergelijken met het stoer indelen van de bagage in de achterbak van een auto. Zorgvuldig elk gaatje opvullen, zo efficiënt mogelijk met de ruimte omgaan en het plan van aanpak wijzigen totdat de juiste inpak-methode is gevonden. En hij is nog lang niet vol! Alle touwtjes en sluitingen kunnen losser en aan de zijkant zit een extra gedeelte die ik helemaal kan volproppen. Das mooi. Er is hier namelijk veel moois te koop en mijn afgesloten gat in mijn hand heb ik inmiddels ritueel ontkurkt. 'De negen kilo bij het inchecken is niet meer'... zal ik maar zeggen. De uitkomst van het gewicht in maart 2003? Geen idee, statistische gezien kan ik nog minstens 11 kilo aan spullen kopen!

Als ik straks thuis ben, schuif ik mijn huisje onder het bed. Daar kan het fijn uitrusten in het donker van de reis. Net als de drager. Het is namelijk best zwaar, zo'n huisje...


[OLIFANTJE RIJDEN]

Gelukkig ben ik niet lang alleen. In de bus van Chiang Mai naar Pai ontmoet ik twee Engelse meisjes Caroline en Sigi waarmee ik direct contact maak. Na een vier uur durende tocht door de bergen komen we aan in Pai, een gezellig backpackers-dorp met overal guest-houses en restaurantjes. Dit is the place to be voor de die hard backpacker. Geen toeristen met 'I love Thailand' t-shirts behangen met camera's. Hier kan je legaal 'zweverig' zijn (een hoog AW-gehalte = Asia Wannabees... daarover later meer), dronken en studentikoos rondlopen en met iedereen contact maken. Pai is eigenlijk speciaal voor ons gemaakt.

De volgende dag besluit ik een mountain-bike te huren om flink zwetend tegen de berg op te fietsen. Een mooie tocht met vriendelijk lachende mensen. Je voelt je hier soms net Beatrix, vooral kinderen vinden het leuk om naar 'felang' ('foreigner') te zwaaien. Mijn heuvelachtige tocht (pffff!) eindigt bij een olifanten-kamp. Aan de zijkant van de weg staan deze prachtbeesten rustig te drinken en kilo's mais te verorberen. Toevallig kom ik Caroline tegen die olifantje gaat rijden. Eigenlijk heb ik daar ook wel zin in, dus voor 500 bath stap ik op het zitje achter op de rug van het enorme beest. Het wordt een tocht van twee uur door de jungle dus we hebben er zin in. Maar na een half uur heb ik het wel gezien. Ik wil niet op zo'n stom zitje zitten. Nee! Ik wil zijn spieren voelen! Aan zijn haren kunnen trekken! Zijn olifantenhuid voelen! Ik wil zijn oren tegen mijn voeten voelen slaan! Ik wil Jane van de jungle zijn!
Mijn gebeden worden verhoord als ik op zijn nek mag zitten. Ik probeer zo losjes en nonchalant te zitten als de officiële berijder, die naast de olifant loopt. Maar uit ervaring weet ik nu: het is harstikke eng om een olifant te berijden. Vooral als het paadje stijl naar beneden gaat. Waar moet je je nou aan vasthouden? Ik plant mijn beide handen stevig op zijn kop, gebruik de achterkant van de oren als rem en Caroline heeft mijn riem vastgepakt als extra val-bescherming. We hebben vreselijk de slappe lach, iets wat je op dat moment niet kan gebruiken. En de olifant? Die heeft het zwaar gehad met mij. Hij probeert mij eraf te kieperen door zijn slurf met een tak met bladeren naar achteren te werpen. Steeds pakt de begeleider het af maar de olifant pakt gewoon opnieuw een struik en gooit zijn slurf richting zijn vreemde berijder. Inmiddels zit ik iets relaxter op zijn rug dus ik ontwijk alles en mep gewoon lekker terug. Ja hallo, ik ben toch zeker de baas!

En toen kwam er een kontje met een enorme lange snuit en die blaast
het verhaaltje uit....

[HOERENKAST]



12 december

In Bangkok was het me nog niet echt opgevallen, maar in de stad Chiang Mai doet niemand er moeilijk over: prostitutie. Hier lopen westerlingen hand in hand over straat met fragiele, jonge Thaise meisjes op enorme hakken. Even voor de duidelijkheid. Ze lopen niet knusjes bij elkaar omdat ze fijn een stukje gaan wandelen. Nee, ze hebben elkaar net ontmoet in een van de vele bars en restaurants en zoeken nu een geschikte plaats om te neuken. (Ja, laten we het beestje maar gewoon bij z'n naam noemen). Of ze kennen elkaar al een aantal dagen en zijn heel erg verliefd. "Me love you longtime"
De mannen zijn zonder uitzondering redelijk op leeftijd, vaak Brits, niet echt knap (whoaa!), beetje bleek en gezet. Maar dan hebben we het ook wel over het ordinaire niveau van 'blowjob 100 bath' (2,5 euro). Dit bedrag weet ik omdat mijn medereiziger Ron 's nachts wordt aangesproken. "Can I go home with you?". Zelfs als ik als meisje naast hem loop, slaat ze zonder gene haar handen om hem heen. Ongelooflijk. (Naar alle waarschijnlijkheid kan je over dit bedrag nog geil onderhandelen. Ik bedoel: de ticket hier naar toe is redelijk aan de prijs, maar daarna wordt het levensonderhoud spotgoedkoop!)

Maar eerlijk is eerlijk; dit hele schouwspel heeft natuurlijk wél wat. Gisteravond zijn we gaan poolen in de 'Ba Boe Ba Ba Bar', zo'n tent met veel dames en nog meer flikkerende lichtjes. De lokatie van deze hoerenkast ligt op een steenworp afstand van de guesthouses van de backpackers. Om de vijf meter wordt er geroepen om mensen naar binnen te lokken. Maar ja, waar moet je nou naar binnen? Het is overàl 'gezellig'. De serveerster met het sexy zilveren topje vangt uiteindelijk onze aandacht en we stappen de bar in. Bij binnenkomst lijken alle pooltafels bezet maar schijn bedriegt; twee dames staan poeslief hun keu af om ons te laten spelen. Ze rapen zelfs alle ballen bij elkaar om het in het driehoekje te leggen. Ik kijk intussen naar het vrolijke ballenspel van de buren. Er wordt half over de pooltafel gehangen, de heren helpen geduldig bij een moeilijke stoot, en de dames lopen met hun keu heupwiegend om de tafel. Mijn ogen dwalen naar beneden. Mijn outfit bestaat momenteel uit een lompe korte broek, een vies t-shirtje en teva sandalen. Op mijn onderbenen zitten rode plekken en bulten van de muggenbeten. Mmm... charmant.
Er wordt overigens niet alleen gepoold. Om mysterieuze redenen zitten alle 'stelletjes' aan de bar vier-op-een-rij te spelen! De taalbarrière is onoverbrugbaar dus het voorspel en gekietel gaat niet met woorden maar met platte stenen die in gleufjes moet worden geschoven. Niet nadenken, maar doen is hier het motto. Bij dit spelletje wordt de hele tijd enorm gelachen. Vier-op-een-rij is dus niet saai maar grappig! Opmerkelijk.

Wat iedereen in die tent doet, moet 'ie zelf weten maar wat me aan het hart gaat, zijn de vele kinderen die roosjes verkopen. Er lopen er hier tientallen op straat. Er zijn er bij die maximaal drie jaar oud zijn en nauwelijks hun ogen kunnen openhouden. Tja, je kan natuurlijk die hele bos kopen zodat ze naar bed kunnen, maar dat helpt niets. Eén jochie hangt op blote voeten de clown uit en trekt rare bekken. Hij begint tegen me aan te hangen en geeft kusjes op mijn onderarm. Met zijn onschuldige gezichtje kijkt hij me lief aan. Wat moet ik hier nou weer mee? Ik besluit toch geen geld te geven.

Chiang Mai is een mix van alternatieve backpackers, monniken, hoeren, internetcafé's, mismaakte bedelaars, rijke Thai, ontelbare noodlebars, een Night Bazar met honderden kraampjes, een podium met een travestietenshow, knetterende brommers, homo-bars, indrukwekkende tempels, scholieren in smetteloze blauwe uniformen en fietsende toeristen. Een indrukwekkend stadje. Straks neem ik de bus naar Pai, een klein dorpje 134 kilometer naar het noord-westen. Ondanks deze korte afstand een tocht van drie uur. Mijn Brabantse medereizigers Ron en Ronald zijn vertrokken naar Chang Rai waar ik over een paar dagen naar toe ga. Ik ben weer alleen. In Pai ga ik bedenken hoe mijn reis verder gaat. Ik vermaak me wel. Heb net het boek 'Backpack' gekocht van Emily Barr. "Sometimes travelling alone can be murder". Fijne lectuur. Adios!

[TREINTJE RIJDEN]

9 december

Vandaag is het een beetje koeler, 28 graden, met een lekker briesje. (hihi) Een stuk noorderlijker ben ik nu, in Lampang, de hoofdstad van de gelijknamige provincie. Ik ben op pad met twee brabo’s Ron en Ronald. In het begin moet ik door wat seksistische grappen heen, maar het is super lachen met deze twee. (Ze dreigen dat mijn gastenboek vol komt te staan met poep- en piesgrappen, dus ik ben benieuwd.) Gisternacht ben ik met Ron in Phitsanulok om drie uur ‘s nachts in een noodle-bar vlakbij het guesthouse geëindigd. Met de plaatselijke bevolking - er is nauwelijks toerisme - kijken we naar Thaise karaoke- videoclips. Dit kitcherige spul is hier razend populair en in café’s staat de televisie vaak aan. Het is niet zo dat men daadwerkelijk de microfoon kan pakken, maar bij de videoclips verschijnt steevast de songtekst onder in beeld. Déze karaoke-versie is met fonetisch geschreven ‘normale’ letters. En dàt moeten ze nou juist niet opzettten met twee Nederlanders met een beetje teveel bier op. We brullen gezellig mee. Ook krijgen we nog wat extra soep. En ja hoor, de eerste keer dat ik (onbewust) een insekt heb gegeten is een feit. Het stukje gepaneerde, gefituurde ‘kip’ smaakt wel héél erg vreemd… Brrrr.

De reis van Phitsanulok naar Lampang doen we per trein. Deze treinverbinding is een gedeelte van dé route van Bangkok naar het populaire noordelijke Chiang Mai (mooi bergachtig gebied met veel tempels). Deze route heeft één spoort, behalve bij de stations. Als er een trein te laat is, moet de andere trein daar dus op wachten. Dat is niet echt problematisch want iedereen heeft hier de tijd en er worden op de trein diverse snacks verkocht. Geen sjacharijnige NS-mannetjes achter een schommelend karretje, nee hier zijn vriendelijk dames met exotische manden door de trein aan het roepen wat ze verkopen. De meeste van deze netjes ingepakte etenswaren ziet er totaal onbekend uit. Dus we kopen een aantal zakjes en laten ons verrassen. De uitkomst? De stukjes mango zijn hier zuur, de platgeslagen bruine smurrie is banaan, de kleine groene vruchten blijken soort van kleine appeltjes en in de mooi gevouwen bananenbladeren zit rijst met kip. Ook kopen we twee korte bamboe-stokken die met een elastiekje aan elkaar gebonden zijn. What to do? Met wat hulp van de mensen in de coupé weten we nu: je haalt de dop van het klei-achtig spul eraf, breekt de bamboe-stok open (zoals een banaan) en de inhoud is een zoete pappige rijst die je als een zuurstok kan opeten. Aha! Erg lekker trouwens.

Dit stukje zit ik te typen in een ijskoud internet café’tje in Lampang door de airco, met een vreselijk trage internet-verbinding. Even tot tien tellen... Vanacht slapen we in een geweldig guesthouse aan de rivier: ‘the River Side Guesthouse’. Mooie teakhouten huisjes met een luxe badkamer. En dat voor 300 bath, 7 euro! Morgen ga ik op een olifant rijden. Maar vanvavond eerst nog maar es een karaoke bar opzoeken.

>> Lees verder op de volgende pagina